Participatie: gemeente wil bewoner wel als partner, maar de organisatie is er nog niet klaar voor 

De samenwerking tussen gemeenten en actieve bewoners verbetert, maar van échte gelijkwaardigheid is nog weinig sprake. Dat blijkt uit de Nationale buurkracht monitor 2026, het jaarlijkse onderzoek van Buurkracht onder ruim 450 actieve bewoners en 250 ambtenaren van 200 gemeenten. Het meest opvallende resultaat: ambtenaren willen best mét bewoners werken in plaats van vóór hen. De wil is er wel, maar de gemeentelijke organisatie is er nog niet klaar voor.

“Een deel van de ambtenaren is allang overtuigd. Zij zien bewoners als partner, niet als doelgroep,” zegt Roel Woudstra, directeur van Buurkracht. “Dat die overtuiging nog niet doorwerkt in het vertrouwen dat ambtenaren zelf rapporteren, komt onder meer door versnipperd beleid, een deel van de ambtenaren dat nog niet overtuigd is, wisselende contactpersonen en budgetten die niet verder komen dan één beleidsterrein. Een knelpunt dat door 17% van de ambtenaren zelf wordt genoemd. Een omslag maak je niet met een nieuwe intentieverklaring, maar met een organisatie die is ingericht op de dynamiek van de buurt.” Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen onderstreept het belang van die omslag: hoe meer bewoners de gemeente als representatief zien voor hun lokale gemeenschap, hoe hoger het wederzijds vertrouwen en het oordeel over de samenwerking. 

Waardering stijgt, gelijkwaardigheid blijft achter

De samenwerking krijgt dit jaar een 6,6, een duidelijke stijging ten opzichte van de 6,1 van vorig jaar. Bewoners en gemeenten zien duidelijk meerwaarde in de samenwerking (7,3), en bewoners waarderen het onderling vertrouwen voor het eerst met een voldoende (5,7, was 4,7). Maar op de kern van gelijkwaardig samenwerken houdt die groei op: bewoners voelen zich nog te laat betrokken en ervaren weinig invloed op plannen.

Thema maakt verschil

Ook het onderwerp waarop wordt samengewerkt, blijkt bepalend. Bij ambtenaren en initiatieven die op energie of meerdere thema’s tegelijk actief zijn, groeit het vertrouwen dit jaar het hardst en scoort de samenwerking op vrijwel alle onderdelen op of boven het gemiddelde. Bij het thema zorg is het beeld tegenovergesteld: daar blijft de samenwerking op bijna alle onderdelen achter, met vooral een gevoel van eenrichtingsverkeer: er wordt geluisterd, maar niet gehandeld. 

Van goede intenties naar structurele samenwerking

Gelijkwaardigheid begint bij houding, niet bij nieuwe regels. Gemeenten die de bewoner echt als partner zien, verankeren dat in een brede visie en in de dagelijkse werkwijze. Niet alleen bij de afdelingen die er al mee bezig zijn. Daarna volgt de organisatie: bewoners vroeg in het planproces betrekken, financiering structureler en minder versnipperd maken, regels eenvoudiger inrichten en zorgen voor vaste contactpersonen. Ook de keuze van het thema helpt: gemeenten en bewoners die op meerdere thema’s tegelijk actief zijn, waarderen de samenwerking stelselmatig hoger, en een overkoepelend thema als leefbaarheid verbindt afdelingen en bereikt meer bewoners. 

“De cijfers laten een voorzichtig positieve lijn zien,” besluit Woudstra. “Maar zonder investering in capaciteit, continuïteit en vertrouwen blijft het bij goede intenties. Het begint met weten wat er in een buurt leeft, investeren in organisatiecapaciteit zowel bij de gemeente als bij de bewoners, elkaars vertrouwen stapje voor stapje winnen, en van daaruit verder bouwen. Gemeenten die hier de afgelopen jaren al in geïnvesteerd hebben, plukken daar de komende jaren de vruchten van.” 

Over de Nationale buurkracht monitor

De Nationale buurkracht monitor onderzoekt, voor het vierde jaar op rij, hoe gemeenten en actieve bewoners hun onderlinge samenwerking beoordelen. In mei en juni 2026 vulden ruim 450 actieve bewoners en ruim 250 ambtenaren van 200 gemeenten dezelfde vragenlijst in, verspreid over alle thema’s waarop bewoners en gemeenten samenwerken. De monitor wordt uitgevoerd in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en Binnenlands Bestuur