Wat gebeurt er als je ambtenaren van verschillende gemeenten bij elkaar zet om in alle openheid te praten over bewonersparticipatie in de energietransitie? Dan ontstaan er eerlijke gesprekken, herkenbare dilemma’s en waardevolle inzichten. Precies wat we voor ogen hebben met deze kleinschalige regiobijeenkomsten.
20 november kwamen gemeenten bijeen in Utrecht en Nuenen. Deelnemers uit twaalf gemeenten deelden praktijkervaringen, successen én frustraties. Geen dikke rapporten of presentaties, maar concrete casussen en eerlijke vragen: hoe houd je het vertrouwen van bewoners vast? Hoe voorkom je dat interne organisatieknelpunten participatie in de weg zitten? Hoe krijg je alle bewoners, dus ook ‘de middengroep’ en huurders, in beweging?
Regiobijeenkomst in Nuenen op 20 november.
Regiobijeenkomst in Utrecht op 20 november.
Herkenbare situaties uit de praktijk
Vertrouwen opbouwen kost tijd, maar een kleine actie met de juiste toon kan veel opleveren.
Maak het klein, concreet en gezellig: een buurtborrel, een keukentafelgesprek, of een “bespaar met je straat”-actie werkt vaak beter dan een algemene campagne. Persoonlijk contact is cruciaal.
Binnen de gemeente is participatie niet altijd verankerd. Door tijdgebrek, beperkte capaciteit en andere belangen is het lastig om collega’s van andere afdelingen aan te haken. Dit frustreert (bewoners én collega’s).
Om bewoners mee te krijgen, helpt het om aan te sluiten bij wat er leeft én om samen te werken met mensen in de buurt die verschillende talenten hebben. Zo bereik je meer bewoners dan met alleen een paar enthousiaste voorlopers.
De kracht van deze bijeenkomsten zit in de uitwisseling tussen mensen die met beide benen in de praktijk staan. Of het nu gaat over bewoners die afhaken omdat ze zich niet gehoord voelen, of ambtenaren die vastlopen in interne processen. Tijdens de bijeenkomst merk je dat je niet de enige bent en leer je van elkaars ervaringen.
Ook deelnemen?
Wil je een volgende keer aansluiten? Meld je dan aan via onderstaand formulier.
Aanmelden regiobijeenkomst
We organiseren regelmatig regiobijeenkomsten om gemeenten te helpen van én met elkaar te leren. De bijeenkomsten zijn kleinschalig, persoonlijk en interactief. Meld je aan en wees als eerste op de hoogte van nieuwe bijeenkomsten in jouw regio.
Gemeenten staan voor dezelfde grote opgaven: de warmtetransitie, bewoners betrekken, vertrouwen herstellen en tempo maken met verduurzaming. Vaak voelt het alsof iedereen opnieuw het wiel moet uitvinden. Maar wat gebeurt er als gemeenten die elkaars buren zijn, hun ervaringen open op tafel leggen? Tijdens een regiobijeenkomst in Noord-Holland bleek dat de zeven ‘aanwezige gemeenten’ niet alleen buren zijn op de kaart, maar ook in hun opdracht. Samen leren gaat sneller én geeft vertrouwen.
Paul van Leeuwen, relatiemanager bij Buurkracht en organisator van de bijeenkomst, benadrukte de waarde van deze bijeenkomst: “Wat bewoners in buurten doen, namelijk elkaar meenemen en van elkaar leren, dat zie je hier ook tussen gemeenten. Ze zijn elkaars buren. En juist in dat onderlinge delen zit de meerwaarde.” Gemeenten deelden twee uur lang niet alleen hun successen maar ook hun zorgen en uitdagingen. Waar de één nog zoekt naar manieren om bewoners te vinden die mee willen doen, heeft de ander al een wijk die overloopt van bewonersinitiatieven. Dat contrast leverde waardevolle gesprekken en inzichten op.
Verschillende aanpakken, dezelfde zoektocht
Het ging van het zoeken naar enthousiaste bewoners tot het hebben van een overvloed aan initiatieven en de vraag hoe die allemaal te ondersteunen. Ook in aanpak verschillen gemeenten: de een kiest voor een brede, geduldige benadering en heeft het over zaadjes planten, de ander gaat letterlijk de deuren langs om bewoners in beweging te krijgen. Ondanks die verschillen herkennen gemeenten elkaars zoektocht onmiddellijk. Zoals Frank Jan Borst van gemeente Zaanstad het verwoordde: “Mooi om met verschillende gemeenten uit de provincie ervaringen naast elkaar te leggen en van elkaar te leren.”
Zonder vertrouwen geen beweging
Die middag werd duidelijk dat gemeenten tegen uiteenlopende uitdagingen aanlopen, maar de rode draad overal hetzelfde is. Vertrouwen van bewoners is cruciaal. Zonder dat vertrouwen komen we niet vooruit. Uit De Nationale Buurkracht Monitor weten we dat het vertrouwen tussen gemeenten en bewoners dalend is. Paul: “Vertrouwen is echt nodig om het een succes te maken. Je moet hierin investeren. Geef het zogenoemde ‘opgroeiruimte’. En incasseer alvast wat tegenvallers, want die gaan komen. Daar leer je van en alleen zo bouw je verder.”
Herkenning geeft vertrouwen en energie
Het uitwisselen van ervaringen, successen én mislukkingen, geeft lucht en vertrouwen. Projectleider Mayra Smit van de BUCH omschreef het als volgt: “Een zeer inspirerende netwerkbijeenkomst! Gesproken met diverse gemeenten over de inzet van buurtinitiatieven en hoe Buurkracht daarbij kan helpen. En dat op een plek waar een prachtig buurtinitiatief is ontstaan.” (De regiobijeenkomst vond plaats in De Fronik buurtboerderij in Zaandam, die door buurtgenoten beheerd wordt.)
Ook in gesprek met jouw buurgemeenten?
Paul is ook enthousiast en zou het liefst in elke provincie een bijeenkomst organiseren. “De kracht zit in de eenvoud. Een kleine groep gemeenten rond de tafel, open gesprekken en herkenbare uitdagingen. Je ziet hoe snel er vertrouwen ontstaat. Ik zei het al eerder: gemeenten nemen elkaar mee, net zoals buren dat doen. Dat is ongelofelijk waardevol.” Collega Raymond Nijssen organiseerde al eerder een bijeenkomst in Eindhoven.
Wil je ook aanwezig zijn bij de volgende bijeenkomst in jouw regio?Meld je nu aan! Aan deelname zijn geen kosten verbonden behalve een positieve insteek.
Op 10 juli vond in Eindhoven een inspirerende regiobijeenkomst plaats waarin zeven gemeenten met elkaar in gesprek gingen over de samenwerking met bewonersinitiatieven, participatie en communicatie rondom duurzaamheid. Tijdens deze uitwisseling bleek dat er grote behoefte is om successen te delen en te leren van andere gemeenten.
Het belang van wederzijds begrip
Er werd gesproken over de resultaten van De Nationale Buurkracht Monitor: het belang van vertrouwen en de kloof die bewoners ervaren ten opzichte van hun gemeente. Wantrouwen, onduidelijke communicatie en een gevoel van ‘over de schutting praten’ is binnen elke gemeente wel in meer of mindere mate herkenbaar. Hoe keer je het beeld bij bewoners dat participatie vooral eenrichtingsverkeer is: de gemeente heeft al een plan en vraagt enkel om instemming. Waarmee je voorkomt dat participeren wordt verward met informeren.
Iedereen is het eens over het belang van heldere verwachtingen. Laat als gemeente vooraf weten wat de speelruimte is en wat er met de input gebeurt. Transparantie over het proces schept vertrouwen en voorkomt frustratie.
Participatie vraagt tijd en ruimte
Een belangrijk knelpunt dat breed werd gedeeld is de factor tijd. Het kost simpelweg veel capaciteit om goed samen te werken met bewonersinitiatieven. De behoefte aan overzicht, structuur en een aanspreekpunt binnen de gemeente werd duidelijk genoemd. Daarnaast bleek er behoefte aan meer ‘luistermomenten’ zonder direct oplossingsgericht te denken. Juist het oprechte gesprek, óók over andere thema’s dan datgene waar je als gemeente in eerste instantie voor komt, blijkt cruciaal voor vertrouwen en verbinding.
Gezamenlijke energie en leerbereidheid
Niet alleen de uitdagingen werden besproken ook de goede ervaringen zijn gedeeld. Hierin kwam het belang van maatwerk, zichtbaarheid en het bouwen aan vertrouwen naar voren. Lastig hierbij is het durven loslaten en ruimte geven aan initiatieven met een eigen karakter. Het leverde interessante discussies op.
De bijeenkomst gaf blijk van een gedeeld gevoel van urgentie én bereidheid om samen te leren. Er was veel herkenning in de ervaringen en een duidelijk wens voor een vervolg. Gemeenten staan voor vergelijkbare uitdagingen, en kunnen daarbij veel van elkaar leren. Door open te delen, goede voorbeelden te verzamelen en samen het gesprek aan te gaan, kunnen we samen bewonersparticipatie stap voor stap versterken.
Ook iets voor jou? We nodigen je graag uit om hier samen over te praten. Ook voor gemeenten in Noord- en Midden-Nederland gaan we in het najaar bijeenkomsten organiseren. Meld je hier aan, dan houden we je op de hoogte!
De samenwerking tussen gemeenten en bewoners in de energietransitie dreigt vast te lopen; dit is het beeld dat opstijgt uit De Nationale Buurkracht Monitor 2025. Op 17 april, tijdens de derde editie van Samen sterk met buurkracht in ‘s- Hertogenbosch, staken ruim 120 ambtenaren en trekkers van buurt- en dorpsinitiatieven elkaar de hand toe. Zij konden niet wachten om gehoor te geven aan de oproep van gastspreker Jan Rotmans: ‘Stop met polderen, smeed een ‘coalition of the willing and able’ en neem het heft in handen.’ Sterker nog: ze zijn al begonnen.
Vanaf 13.00 uur stromen de deelnemers het terrein op van het sfeervolle Werkwarenhuis, een voormalige veevoederfabriek die is omgetoverd tot creatieve broed- en ontmoetingsplaats. Wanneer stipt om 13.30 uur het officiële programma start, brengt dagvoorzitter Helga van Leur het publiek met een spervuur aan vragen meteen in de actiestand. Sinds zij afscheid nam als weervrouw van RTL, zet ze haar expertise in om aandacht te vragen voor klimaatverandering en de noodzaak om duurzamer te leven. Zoals ook vandaag. Met enkele treffende beelden weet ze de juiste grondhouding op te roepen voor een dag van toenadering: een optische illusie die duidelijk maakt dat je – afhankelijk van de bril waar je door kijkt – dezelfde werkelijkheid anders kunt waarnemen dan je buurman, en een potje bubbelvoetbal. “Het spelletje is niet elkaar omver beuken, maar om vanuit verschillende bubbels samen te werken aan een gedeeld doel.”
Geen goed rapport
Helga’s inleiding vormt het perfecte bruggetje naar de presentatie van Djoera Eerland, die als ontwikkelaar en onderzoeker bij Buurkracht de uitkomsten van De Nationale Buurkracht Monitor 2025 samenvat. Deze peiling van de samenwerking tussen gemeenten en bewoners laat zien dat het onderlinge vertrouwen daalt. Terwijl gemeenten hun handen vol hebben aan plannen maken rondom de energietransitie, zetten bewoners juist concrete stappen met verduurzamingsacties. Maar ze trekken nauwelijks samen op. En zorgelijker: alle randvoorwaarden voor samenwerking en vertrouwen, van duidelijkheid over rollen tot ondersteuning en gelijkwaardig partnerschap, krijgen van bewoners een onvoldoende. Op een 5,6 na voor de mate waarin gemeenten hun input meenemen in de hun plannen. Gemeenten oordelen al niet veel positiever.
Toch is er hoop voor de toekomst, benadrukt Djoera: “De wil tot samenwerken is er nog altijd. Het proces is vlot te trekken als gemeenten bewoners structureel bij hun plannen betrekken, hun interne organisatie inrichten op bewonersparticipatie en breder durven te kijken dan naar de energietransitie alleen. En ook voor bewonersinitiatieven zelf geldt: luister naar wat bewoners in jouw omgeving belangrijk vinden.” Genoeg stof om over verder te praten in het volgende programmaonderdeel, de paneldiscussie. Met Jan Boele en Caspar Eras als trekkers van bewonersinitiatieven, Jan Lock en Nessy Don Griot als gemeentevertegenwoordigers, Buurkracht-directeur Roel Woudstra en Tjalling de Vries, afdelingshoofd Algemeen Beleid Energietransitie van VRO en zelf actief betrokken bij een energiecoöperatie in zijn eigen buurt. Samen gaan zij in op de vraag: wat is er nodig om elkaar beter te vinden en te versterken?
Op je handen zitten
Jan Boele van het succesvolle dorpsinitiatief Bles2032 vindt dat bewoners hierin net zo goed een rol hebben als de gemeente. “Djoera vertelde net dat bewoners wachten op een uitgestoken hand van de gemeente. Waarom? Zoek die hand op, pak hem beet, en investeer in de verbinding.” Wethouder Jan Lock, met wie Jan Boele nauw samenwerkt, vult aan: “Als die hand eenmaal is beetgepakt, moet je het aandurven om op je handen te gaan zitten. Geef bewoners de ruimte en ga niet harder dan zijzelf.” Buurkracht-directeur Roel Woudstra valt hem bij en brengt nog een belangrijke nuance aan: “Zolang je maar op je handen zit met de intentie om samen verder te komen.”
Ludieke acties, nieuwe doelgroepen
Dit is ook wat het Rijk doet, vertelt Tjalling de Vries, die als afdelingshoofd Algemeen Beleid Energietransitie het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening vertegenwoordigt. “Wij vinden het belangrijk dat gemeenten zelf plannen maken. Onze rol daarbij is het aangeven van doelen en kaders waarbij we ook financieel gemeenten ondersteunen. Zo helpen we om de energietransitie mogelijk te maken.” Hij is aangenaam verrast over de voorbeelden die in de discussie naar voren komen van waar het wél goed gaat met de participatie. Zo vertelt Nessy hoe de gemeente er met ludieke acties – onder andere met een drie meter hoge stoel en virtual reality – in geslaagd is veel bewoners te enthousiasmeren. Waaronder ook veel jongeren en ouders van schoolgaande kinderen, doelgroepen die vaak moeilijk te bereiken zijn. “De uitdaging is nu om de interne organisatie betrokken te houden”, zegt ze. “Want ook wij merken dat die nog niet helemaal is ingericht op structurele samenwerking met bewoners.”
Een luchtig vervolg
Roel vult aan dat de kans groot is dat we eerst nog verder de onvoldoende in gaan, juist omdat we erachter komen dat je er serieus tijd in moet steken en we met elkaar nog lerende zijn. De discussie had nog lang kunnen boeien, maar er staat meer op de agenda. Te beginnen met een luchtig intermezzo van Tim Zeegers en Thomas Hoogendoorn. Als cabaretduo Flunknarf beelden zij uit hoe de interactie tussen een wethouder en een inwoner die een buurtinitiatief wil starten, in de praktijk zou kunnen lopen. Een hilarische sketch vol kwinkslagen naar wat eerder die dag is gezegd.
Discussietafels met rode draden
Tijdens de plenaire onderdelen heeft de zaal al bepaald niet stilgezeten, maar nu is het tijd om echt met elkaar aan de slag te gaan. In drie ruimtes staan lange discussietafels opgesteld verdeeld over drie thema’s: ‘onderling vertrouwen’, ‘langdurige samenwerking’ en ‘iedereen doet mee’. In sessies van 20 minuten gaan aan elke tafel gemêleerde groepen in gesprek. Iedereen praat over 2 thema’s met verschillende deelnemers. Over hun goede en minder goede ervaringen, over waar ze tegenaan lopen en wat er nodig is om samen stappen op deze thema’s te maken. Het gonst en het bruist en de discussies gaan alle kanten op, maar als de stof is neergedaald, blijven er een paar rode draden hangen. Zoals het hoge verloop bij gemeenten – ambtenaren wisselen vaker dan inwoners – en schotten tussen afdelingen. Ofwel: naast vertrouwen is er behoefte aan continuïteit en een brede aanpak. Zoals ook uit de buurkracht monitor kwam.
Stille revolutie
Inmiddels staat (in de woorden van Helga van Leur) ‘transitieprofessor en vetgave leuke gozert’ Jan Rotmans in de coulissen klaar om het grotere plaatje te schetsen achter al die particuliere ervaringen van de toegestroomde bewoners, medewerkers van gemeenten en de collega’s van Buurkracht. “Met alle kennis die ik heb, kan ik in tien minuten iedereen in een depressie storten”, zegt hij. Maar hij kiest voor de hoopvolle boodschap, waar hij ook echt in gelooft, en legt het accent op wat wél goed gaat. Bijvoorbeeld dat we 700 energiecoöperaties hebben, 450 zorgcoöperaties en 400 voedselcoöperaties. En dat we in Nederland de hoogste zonnepanelendichtheid ter wereld hebben. “Er is een stille revolutie gaande, met bewoners als motor.” Een revolutie die bovendien verder in een stroomversnelling komt naarmate er de chaos in de gevestigde orde toeneemt. “De overheid wordt onderheid, onderdanen worden bovendanen, onderstroom wordt bovenstroom.”
Wat is dan je antwoord?
Hij houdt de zaal voor dat revoluties nooit beginnen vanuit een breed draagvlak; het is geen doen om iedereen in hetzelfde tempo mee te nemen. “Alles wat groot is, is klein begonnen. Het start met leiderschap. En ik zie in deze zaal meer leiderschap dan in de hele Tweede Kamer bij elkaar.” Wie hier nog geen aansporing in hoort om vooral door te gaan, voelt die wel als Jan Rotmans bij zijn laatste dia aanbelandt. Een foto van zijn spelende kleinkind. “Er komt een dag dat je kinderen of kleinkinderen vragen: ‘Wat heb jij gedaan toen het nog kon?’ En wat is dan je antwoord?”
Voorbode van iets moois
Met deze indringende uitsmijter komt het officiële programma aan zijn eind. Wat nog rest is een korte wrap-up door Roel Woudstra, die de deelnemers net als Jan Rotmans aanspoort om vol te houden, al is er soms weerstand. “Als het schuurt, gebeurt er wél iets; moeilijke gesprekken zijn soms de voorbode van een positieve verandering.” Hij deelt een paar waardevolle tips die uit de discussies zijn gekomen, iets waar we de komende periode nog op terug gaan komen.
In samenwerking met de gemeenten Leeuwarden, Rotterdam, Boxtel en Sint-Michielsgestel en Zaanstad zijn we bezig om op relatief grote schaal structurele betrokkenheid van bewoners bij de energietransitie te organiseren. Deze grootschalige aanpak is voor alle partijen nieuw, en het is dan ook belangrijk om ervan te leren. Binnen het lopende traject én voor toekomstige trajecten elders in het land. Dit gebeurt onder andere via intervisiebijeenkomsten. De eerste leverde alvast interessante inzichten op.
Om de energietransitie te versnellen, is het essentieel dat bewoners in beweging komen. Niet alleen de mensen die intrinsiek gemotiveerd zijn, maar ook die miljoenen anderen die minder urgentie voelen. In buurten waar participatie goed van de grond komt, treedt vaak een sneeuwbaleffect op. Precies wat je als gemeente wil, maar om zo’n samenwerking met bewoners naar de hele gemeente uit te breiden, ontbreekt het al snel aan capaciteit en middelen. Wij werkten een aanpak uit die hier een oplossing voor biedt en kregen subsidie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om deze in vier gemeenten uit te voeren. De projectmanagers van drie gemeenten (die van Leeuwarden was helaas verhinderd) waren bij de intervisiebijeenkomst aanwezig om de eerste stappen te evalueren en kennis en ervaringen uit te wisselen. En al hadden ze elkaar nooit eerder ontmoet, ze hadden elkaar genoeg te vertellen.
Complexe speelvelden
De deelnemende gemeenten hebben inmiddels elk de Routekaartsessie achter de rug waarin ze met onder andere beleidsadviseurs duurzaamheid en wijkmakelaars in kaart gebracht hebben waar kansen liggen om bewoners te betrekken. Een heel andere klus in een relatief kleine gemeente als Boxtel en Sint-Michielsgestel dan in de grootstedelijke context van Rotterdam, met alleen al 120 medewerkers op de afdeling duurzaamheid en negentien deelgebieden met elk hun eigen wijkmanagers. Of in Zaanstad, dat hier qua omvang tussenin zit, en weer een heel andere dynamiek kent. Toch herkenden ze veel in elkaars verhalen. Zo maakten de Routekaartsessies heel zichtbaar dat niet alleen in de grote gemeenten, maar ook in Boxtel en Sint-Michielsgestel het speelveld behoorlijk complex is. Er gebeurt al veel in de wijken op verschillende thema’s en daarbij zijn vaak diverse partijen betrokken. Daardoor was het in het begin best zoeken. Niet alleen naar hoe je zorgt dat verschillende initiatieven elkaar niet in de weg zitten maar juist kunnen versterken, maar ook naar hoe je recht doet aan ieders inbreng.
Nieuwe kanalen
De gemeenten zijn het erover eens dat de start met een Routekaartsessie aan het begin van het traject heel nuttig is om inzicht te krijgen, maar vooral ook om draagvlak te creëren binnen de gemeenten en verbindingen te leggen tussen afdelingen op verschillende niveaus. Ze zorgen ook voor de eerste ingangen om met bewoners in gesprek te komen. Interessant genoeg zorgden vragenlijsten, ludieke wervingsacties en directe en persoonlijke benadering door onze buurtbegeleiders ook voor veel enthousiaste bewoners die wel mee wilden doen. Het oorspronkelijke idee was dat wijkmanagers, opbouwwerkers en sociale wijkteams hierin een hoofdrol zouden spelen, vanwege hun waardevolle netwerken in de buurten. Hiervan is zeker dankbaar gebruikgemaakt, maar juist door aanvullende lijntjes uit te zetten en nieuwe kanalen aan te boren, zijn nu ook bewoners bereikt die anders buiten beeld blijven maar wel graag mee willen doen. Een belangrijk leerpunt: bestaande netwerken en contacten zijn een mooie start, maar kijk vooral ook verder!
Belangrijkste lessen en tips
Tijdens de intervisie kwamen drie belangrijke inzichten naar voren die direct toepasbaar zijn bij bewonersparticipatie. Ten eerste vraagt succesvolle community building om een aanpak op buurt- of wijkniveau, met minimaal vier maanden opstarttijd en langdurige aanwezigheid om vertrouwen op te bouwen. Daarnaast werkt clustering van buurtteams binnen een gemeente beter dan verspreide inzet, omdat dit de impact vergroot en samenwerking tussen initiatieven versterkt.
Ten tweede is zorgvuldige wijkselectie essentieel, net als het stellen van realistische verwachtingen bij alle betrokkenen. Betrek alleen stakeholders die direct relevant zijn, om tijd en middelen effectief in te zetten. Ook blijkt het niet altijd eenvoudig om de interne organisatie van de gemeente in beweging te krijgen. Een duidelijke interne rolverdeling en voldoende draagvlak binnen de gemeentelijke organisatie zijn daarom cruciaal voor succes.
Tot slot blijkt directe actie in de wijk effectiever dan werken via bestaande structuren – maar het combineren van beide werkwijzen levert op de lange termijn de beste resultaten. Een flexibele, persoonlijke aanpak afgestemd op de lokale context is daarbij onmisbaar.
Deze inzichten bieden niet alleen stof tot nadenken, maar kunnen ook anderen inspireren om bewonersparticipatie effectiever en duurzamer aan te pakken. Inspirerend en zeker voor herhaling vatbaar, luidde dan ook de algemene conclusie. Er komt dus zeker een vervolg.
Steeds vaker nemen bewoners het initiatief in de energietransitie. Hoe ga je daar als gemeente effectief mee om en hoe vermijd je dat je tegenover elkaar komt te staan? Buurkracht ontwikkelde hierover de training Samenwerken met bewonersinitiatieven. Een must voor iedereen binnen de gemeente die de kracht van buurtbewoners wil ondersteunen en benutten.
Ben Verhoeff, directeur van Buurkracht, licht toe: “Gemeenten vragen ons steeds vaker hoe ze het beste om kunnen gaan met bewonersinitiatieven. Buurkracht heeft de afgelopen jaren meer dan 800 bewonersinitiatieven begeleid en deelgenomen aan (internationale) onderzoeken over bewonersparticipatie in de energietransitie. Hierdoor hebben we veel kennis en ervaring opgedaan. In deze training brengen we dit samen en gaan we vooral praktisch aan de slag. Tijdens intervisiebijeenkomsten bespreken we de ervaringen van de deelnemers zelf en behandelen we praktijkcases.”
Effectief samenwerken
Voor gemeenten is de betrokkenheid van bewoners bij de energietransitie cruciaal, vooral nu zij bezig zijn met de plan- en uitvoeringsfase van de WijkUitvoeringsPlannen (WUP’s). De rol van gemeenten in de energietransitie verschilt van wat zij gewend zijn: de opgave ligt niet alleen in de openbare ruimte, maar vooral achter de voordeur bij de bewoner. Tijdens de training worden de rollen, valkuilen en methodieken voor een effectieve samenwerking besproken. Deelnemers zijn na afloop in staat om bewuste keuzes te maken over de rol die zij willen spelen richting bewonersinitiatieven.
Informatie
De training is interessant voor programmamanagers, projectleiders, beleidsmedewerkers en casemanagers die regelmatig te maken hebben met bewonersinitiatieven. Meer informatie over de opzet van de training, startdata en andere praktische informatie lezen? Klik hier!
Workshop Wetopia – Samen sterk met buurkracht 2024
Hoe ziet de ideale samenleving eruit? Hoe wonen mensen daar? Wat doen ze? Wat eten ze? Hoe gaan ze met elkaar om en zorgen we voor elkaar? Hoe komen ze aan energie? In de workshop Wetopia tijdens het event Samen sterk met Buurkracht kregen de deelnemers – trekkers van bewonersinitiatieven en vertegenwoordigers van gemeenten – papier en stiften om met elkaar hun ‘Wetopia’ te tekenen.
Het spreekwoord ‘Eén beeld zegt meer dan duizend woorden’ vóélt waar, en ís het ook. Al tijdens de plenaire warming-up voor de workshop vertelden Elke Rabé en Yvonne Courage van Youtopialab dat ons brein tekeningen maar liefst 60.000 keer sneller verwerkt dan tekst. Bovendien is tekenen een effectieve manier om op een andere manier, creatiever, na te denken, bijvoorbeeld over de energietransitie en je eigen rol daarin. Niet in abstracte termen en op de automatische piloot, maar heel concreet, beeldend en in kleur. “Als je je ideale land visualiseert, geeft dat ook inzicht in je kernwaarden en drijfveren”, zegt Elke.
Een feestelijk vooruitzicht
Dit was dan ook de opdracht: teken in groepjes het ideale land(schap) waar bewoners en gemeenten elkaar kunnen vinden. Dat leverde drie mooie platen op, heel verschillend, maar toch ook wel met terugkerende elementen.
‘Samen’ en ‘gezamenlijke doelen’ springen er het meest uit. Maar we zien ook kleine leefgroepen, waar de overheid geen aparte entiteit is maar tussen de mensen staat. We zien een weg naar een aanlokkelijke horizon, veel natuur, voedselbossen, lokale netwerken, groene daken, groene vliegtuigen zelfs, cultuur boven materialisme, een grote zak met geld en Valentijnsdag als nationale feestdag. Nou ja, kijk vooral zelf, want ook hier zeggen beelden meer dan woorden.
Workshop De Wereld van B – Samen sterk met buurkracht 2024
‘We kunnen problemen niet oplossen met dezelfde denkwijze die ze heeft veroorzaakt.’ In de workshop De Wereld van B tijdens het event Samen Sterk met Buurkracht was zonneklaar dat deze beroemde uitspraak van Einstein ook van toepassing is op de energietransitie. We kunnen alleen van A naar B komen door ánders te denken, volgens de principes van de wereld van B.
Onder leiding van Paul Dalebout (nationaal programma regionale energiestrategie) gingen de deelnemers op zoek naar hoe dit er concreet uit zou kunnen zien. En hoe gemeenten en bewoners hierin kunnen samenwerken.
Die gezamenlijke zoektocht begon met in beeld brengen wat die wereld van B eigenlijk zou moeten zijn: wanneer is de energietransitie geslaagd? “Als we geen CO2 meer uitstoten”, gaf iemand als eerste voorzet. Maar al gauw bleek dat daar voor de meesten meer aan vast hangt. Dat de energietransitie vooral een middel is om grotere doelen te halen. Zoals een gezonde, stabiele natuur, waarin er geen dieren meer uitsterven. Een circulaire economie waarin we de aarde niet uitputten. Daar hoort bij dat alle energie die we gebruiken duurzaam is. Én, zoals met veel bijval werd ingebracht, dat iedereen – ook met een kleine portemonnee – mee kan in de transitie.
Wat staat in de weg?
Een mooi vooruitzicht, dat meteen de logische vervolgvraag opriep: wat staat ons in de weg om in die wereld van B te komen? Dat bleek een hele waslijst te zijn. “We richten ons te veel op techniek, maar het gaat om gedrag. We willen blijven doen wat we gewend zijn.” “We praten te veel en doen te weinig.” Er is te weinig menskracht, te weinig lef, veel te weinig tijd. En er is ook te veel. Te veel onzekerheid. Te veel afwachtendheid. Het is lastig om mensen mee te krijgen. Zo stapelden de uitdagingen die deelnemers aandroegen zich op.
Genoeg beren op de weg dus. Maar het probleem is in elk geval niet, hield Paul de groep voor, dat er te weinig duurzame energie is. Integendeel: elke vier uur komt er net zoveel zonne-energie richting de aarde als de hele wereldbevolking in een jaar verbruikt.
Ook aan nieuwe technologieën die bij kunnen dragen aan de transitie, ontbreekt het niet. “Het punt is dat we het op de oude manier blijven doen. Vergelijkbaar met hoe we in de jaren 90, toen we massaal internet gingen gebruiken, ook nog lang hebben geprobeerd om al die data door de telefoonlijnen te sturen die daar niet op berekend waren.”
Omdenken voor een omslag
De oplossing voor de opstoppingen in het dataverkeer kwam indertijd door het oude systeem los te laten en nieuwe netwerken op te bouwen volgens de wetten van de nieuwe wereld. Een mooi voorbeeld van hoe anders denken tot een doorbraak kan leiden, vindt Paul, en een inspiratie voor hoe we de energievoorziening van morgen kunnen vormgeven. De doorbraak is er nog niet, maar er wordt al her en der gepionierd.
Zo dacht Paul zelf mee over een nieuw zwembad in Castricum: hoe kan dit er toch komen, ondanks de krapte op het energienet? “Samen met lokale ondernemers en verenigingen in de betreffende wijk en de gemeente kwamen we met een beter plan dan alle experts op het gemeentehuis achter hun bureau ooit hadden kunnen bedenken.” Kern van dit plan: samenwerken. En zo een slim buurtsysteem opzetten, waarbij het zwembad bijvoorbeeld wordt verwarmd met restwarmte van de nabijgelegen ijsbaan.
Naar een nieuwe balans
De zwembadcase riep bij de bewoners en gemeenteambtenaren in de workshop allerlei vergelijkbare voorbeelden op van lokale samenwerking die tot een betere balans in het energienetwerk leiden. Zoals buurtbatterijprojecten op bedrijventerreinen en in woonwijken, en gezamenlijke zonnedaken.
Maar, zo werd ook duidelijk, de wereld van B brengt ook een ander economisch model met zich mee. Wie geef je bijvoorbeeld toegang tot zo’n lokaal netwerk, en hoe verdeel je de kosten en baten? Dat vraagt om goede afstemming én om nieuwe regels. Ook daar moet het gesprek over gaan, benadrukt Paul. Maar er is reden genoeg voor optimisme: “Als we goed kijken, is eigenlijk alles er al.”
Workshop Samen werken aan partnerschap – Samen sterk met buurkracht 2024
Gemeenten en bewoners hebben elkaar nodig om de energietransitie tot een succes te maken. Overal in het land zoeken zij elkaar ook al op, maar in de praktijk verloopt de samenwerking vaak nog stroperig. Hoe kan het beter? Wat moet daarvoor worden opgebouwd en wat afgebroken? In de druk bezochte workshop Samen werken aan partnerschap van Suzan Christiaanse en Wouter Spekkink (beiden Erasmus Universiteit Rotterdam) lagen de ideeën letterlijk voor het oprapen.
Voor de gelegenheid hadden Suzan en Wouter het zaaltje met dikke witte tape op de vloer omgetoverd tot een soort speelveld. Dit bestond uit vier gelijke vakken, elk voorzien van een andere vraag: wat heb je opgebouwd? Wat gaat er goed? Wat moet er anders? Wat heb je afgebroken (en hoe)?
Het bleek een gouden greep om flink wat interactie en dynamiek in de workshop te brengen. Daar werkte ook de opzet aan mee, waarin iedereen vanaf de start werd uitgenodigd om ervaringen te delen. En daarbij in het vak te gaan staan dat bij die ervaring paste.
Verbinders
Wat opviel, was dat vooral de positieve vakken sprekers aantrokken. Zo deelde Roxanne Hazenberg van Buurkracht namens de bewoners een dikke pluim uit aan de gemeente Woensdrecht. “Woensdrecht wil de groenste gemeente van Nederland worden. Daarbij wordt actief de verbinding gezocht met bewoners. Tegelijkertijd denkt de gemeente constructief mee over bewonersinitiatieven. Wat vooral prettig werkt, is dat er een wijkregisseur is die er heel goed in is om ook binnen de gemeente muurtjes af te breken en de juiste mensen met elkaar in contact brengt.”
Inspirerend was ook de ervaring die programmamanager duurzaamheid Margriet Jansen van de gemeente Beverwijk inbracht. “We wisten niet goed hoe we verenigingen van eigenaren mee konden nemen in de energietransitie”, vertelt ze. “Tot we bedachten: wat als we ze zélf vragen wat ze nodig hebben en hoe we hen kunnen helpen? We hebben alle vve-bestuurders uitgenodigd om hierover mee te denken. Daar kwamen ontzettend goede ideeën uit. En het mooie was dat ze met elkaar in gesprek gingen en elkáár gingen helpen. Daarvoor hoefden wij ons alleen maar kwetsbaar op te stellen en de verbinding te leggen.”
Naar opbouwen
Ook Rudmer Sennema van de gemeente Tytsjerksteradiel benadrukte het belang van verbinding. Hij vertelde hoe zijn gemeente in de samenwerking met bewoners tegen verschillende knelpunten aanliep. Niet alleen had niemand echt overzicht over de vele bewonersinitiatieven, ook binnen de gemeente wisten de juiste mensen elkaar niet altijd te vinden.
Maar het goede nieuws is dat Tytsjerksteradiel hier iets mee doet en Rudmer de taak heeft gegeven om in gesprekken met bewoners hun behoeften te achterhalen, te zorgen dat ze met de juiste ambtenaren in gesprek komen en dit alles te coördineren. Zo schoof hij nog tijdens zijn verhaal op van ‘Wat moet beter?’ naar ‘Wat hebben we opgebouwd?’
Afbreekbaar
Daarmee is niet gezegd dat er niks meer te verbeteren of af te breken valt. Niet alle gemeenten zijn in de ogen van actieve bewoners zo toegankelijk en meedenkend als Tytsjerksteradiel, Woensdrecht en Beverwijk. Ook lopen bewoners aan tegen subsidieregelingen die nét niet van toepassing zijn, of te laat komen, en aanbestedingen die zo zijn georganiseerd dat bewonersinitiatieven er niet aan te pas komen. Verschillende deelnemers braken een lans om wetgeving aan te passen.
Nog niet uitgepraat
Elke ervaring werd in het bijbehorende vak op een A4’tje samengevat in enkele steekwoorden. Zo tekenden zich gaandeweg duidelijk een aantal thema’s af, zoals verbinding, co-creatie en vertrouwen. Daarover gingen bewoners en gemeenten in groepjes verder met elkaar in gesprek: hoe kunnen we elkaar op dit thema helpen?
En ze waren nog lang niet uitgepraat toen de workshop ten einde kwam en iedereen weer in de plenaire zaal werd verwacht voor de wrap-up. Maar eigenlijk is dat een goed teken: de wil om er samen uit te komen is er. En deze workshop heeft er zeker aan bijgedragen dat ze elkaar weer nét iets beter weten te vinden.