Marjan Minnesma van Urgenda: 'Het kan wel, maar ...' is verleden tijd

19 juli 2017

Op 21 juni vierde Urgenda haar tienjarig bestaan. Bij die gelegenheid bracht de organisatie voor duurzaamheid en innovatie ook een herziene versie uit van het rapport Nederland 100% duurzaam in 2030. Het kan als je het wilt. Een mooi aanknopingspunt om samen met directeur Marjan Minnesma, die Buurkracht al lange tijd een warm hart toedraagt, nog eens de thermometer in verduurzamend Nederland te steken.

Buurkracht 170715 marjan minnesma
Marjan Minnesma: "Als je voor een berg staat, zie je ertegenop. Maar als je er eenmaal bovenop staat, denk je: dat viel eigenlijk best mee.”

Wat zie je als de belangrijkste mijlpalen van Urgenda in de afgelopen tien jaar?

“Het ligt voor de hand om de Klimaatzaak tegen de Nederlandse Staat te noemen waarmee we wilden afdwingen dat de overheid meer maatregelen zou nemen tegen de CO2-uitstoot. Het nieuws dat de rechter ons in het gelijk stelde, ging binnen een halfuur de hele wereld over. Dat dit zo’n schokgolf teweeg zou brengen, had ik niet verwacht. Toch vind ik zelf onze actie Wij willen zon! uit 2010 een minstens net zo grote mijlpaal. Daarmee hebben we 50.000 zonnepanelen naar Nederland gehaald die vanaf het voorjaar van 2011 allemaal zijn geïnstalleerd. Op die manier hebben we echt de markt voor zonne-energie opengebroken. Gewoon door te laten zien dat het kón.”

Wat kenmerkt de werkwijze van Urgenda?

“Dat we steeds laten zien dat het wél kan. Zo hebben we in 2008 de eerste elektrische auto’s uit Noorwegen naar Nederland gehaald. Daar gaat het nu hard mee. En op dit moment zijn we bezig om bestaande woningen voor € 35.000,- energieneutraal te maken. Dat laatste wordt helaas nog niet voldoende door de markt opgepakt, maar we proberen in elk geval steeds duidelijk te maken dat wat iedereen onmogelijk acht, gewoon kan. In de hoop dat er dan beweging in komt. En vaak gebeurt dat ook.”

Is er de afgelopen tien jaar veel veranderd?

“Ja, zeker de laatste vier, vijf jaar. Daarbij helpt het Klimaatakkoord, en zelfs ministers zeggen nu dat we naar een gasloze samenleving moeten. In 2007 waren wij op Texel betrokken bij de oprichting van het eerste duurzame-energiebedrijf. Nu zijn er honderden. Na een eerste golf goedwillende mensen kwam er een tweede, professionelere golf. De duurzame start-ups schieten als paddenstoelen uit de grond. Tien jaar geleden werd daar vaak nog lacherig over gedaan: weer zo’n technische student die iets uitvindt. Nu zie je dat ook grote partijen massaal instappen. Die realiseren zich meer en meer dat ze het echt anders moeten gaan doen. Dat ze alleen overleven als ze meebewegen.”

Ben je zelf ook optimistischer geworden?

“Ik hou veel presentaties in het land over de noodzaak om onze CO2-uitstoot terug te dringen en dan moet ik soms oppassen dat ik niet depressief word van mijn eigen verhaal. Het blijft nodig om dat te vertellen, om mensen in de activatiestand te krijgen. Tegelijkertijd zie ik een enorme verschuiving. Toen we vier jaar geleden ons eerste rapport over 100% duurzame energie in 2030 schreven, zeiden veel experts: ‘Het kan wel, maar …’ Eigenlijk dachten ze: dat halen we nooit. Nu is de stemming totaal anders, ook omdat het op sommige vlakken heel hard gaat. Zoals op het gebied van deelauto’s en elektrische auto’s. En als bijvoorbeeld thuisbatterijen betaalbaar worden, verwacht ik dat die ook een hoge vlucht gaan nemen. Ik hoop ook dat de industrie massaal gaat overstappen op waterstof en windenergie. Dan komen we allemaal samen nog een heel eind.”

Waar gaan jullie je de komende tijd op richten?

“Ons doel is nog steeds dat Nederland in 2030 volledig kan functioneren op duurzame energie. In ons rapport beschrijven we welke acties van overheid, inwoners en bedrijven daarvoor nodig zijn. En wat ze zelf kunnen doen in de gebouwde omgeving, op het gebied van mobiliteit, voeding, duurzame energieopwek en de industrie. Wij willen alle betrokken partijen in beweging krijgen en versnelling in het proces brengen. Daarbij gaan we ons meer dan voorheen ook concentreren op de industrie.”

Waarom de industrie?

“In ons eerste rapport stond relatief weinig over de industrie, omdat we daarover toen nog niet genoeg gegevens hadden. Nu hebben we een grote studie uitgevoerd en met veel partijen gesproken, van staal- tot chemiebedrijven en de papierindustrie. Voor mij was het een belangrijke constatering dat daar ook veel ideeën bestaan over hoe de productie duurzamer kan. Maar daar willen die bedrijven wel bij geholpen worden. Zo overweegt er een papierfabriek over te stappen op geothermie. Daarvoor zijn ze zelfs bereid de boringen te betalen. Wat hen tegenhoudt, zijn onvoorziene kosten. Die drempel kun je bijvoorbeeld wegnemen door de overheid garant te laten staan. Of met een andere constructie waardoor ze het wél aandurven. Zo zijn er voor elke industrie maatwerkoplossingen te bedenken om ze te helpen verduurzamen zonder dat ze het risico lopen om te vallen. Daar denken wij graag in mee.”

Wat kunnen lokale initiatieven zoals Buurkracht die ondersteunt, bijdragen aan de energietransitie?

“Die initiatieven zijn geweldig en broodnodig. Het telt nu nog niet voldoende op, maar het gaat erom dat er een grondlaag ontstaat waardoor mensen na gaan denken over wat ze zelf kunnen en moeten doen. Er zou in elk dorp een Buurkrachtbuurt moeten zijn: samen aan de slag! Dan merken mensen dat het makkelijker is dan ze denken. Als je voor een berg staat, zie je ertegenop. Maar als je er eenmaal bovenop staat, denk je: dat viel eigenlijk best mee.”

Meer over Urgenda.
Meer lezen over Buurkracht.

Vraag het gratis Buurkracht Jaarboek aan