Energieprofessor Wim Turkenburg positief over inzet Nederland

19 mei 2017

Al is de Utrechtse hoogleraar ‘Natuurwetenschap en Samenleving’ Wim Turkenburg sinds vijf jaar met emeritaat, hij drukt nog altijd een stevige stempel op het energiedebat in Nederland. Zijn standpunt: om de gevolgen van klimaatverandering beheersbaar te houden, moeten de landen de uitstoot van broeikasgassen veel sterker terugdringen dan ze in Parijs hebben aangekondigd. En met alleen zon en wind komen we er niet. Hoe dan wel? Een vraaggesprek.

Hoe staat het ervoor met de energietransitie in Nederland?

Prof. Dr. Wim C. Turkenburg

“Het gaat minder snel dan zou moeten, maar er zijn de laatste jaren belangrijke stappen gezet. Nederland staat algemeen te boek als het sukkeltje van Europa als het gaat om hernieuwbare energie. Daar kijk ik anders tegenaan. Landen die het goed doen op dat vlak hebben bijna allemaal bergen, en kunnen dus makkelijk waterkracht inzetten. Of ze hebben veel land beschikbaar voor het maken van biomassa voor de energievoorziening. Nederland heeft die bronnen niet. Nederland is bovendien dichtbevolkt. Toch hebben we onder het huidige kabinet een inhaalslag gemaakt met zonne- en windenergie, ondanks de beperkte ruimte op land. Mede dankzij het beleid van Economische Zaken dat is aangereikt door het SER Energieakkoord. Over het beleid van het ministerie voor Wonen ben ik veel minder enthousiast. Daar is te weinig gedaan om terugdringing van het energieverbruik in de bebouwde omgeving te realiseren.”

Wat zou het komende kabinet daaraan kunnen doen?

“Primair: sturen op het verlagen van de de uitstoot van broeikasgassen. Om de klimaatdoelen van Parijs te halen is nodig dat de CO2-uitstoot in 2030 de helft minder is dan in 1990 en in 2050 nul of zelfs negatief. Dat wordt hard werken op een reeks van fronten. We kunnen en moeten energie veel efficienter gebruiken. Naast zon en wind moeten we aardwarmte en duurzaam verkregen bio-energie inzetten. We moeten CO2 afvangen en opslaan als we fossiele brandstoffen gebruiken. Er is urgent een onderzoeksprogramma nodig om na te gaan hoe we CO2 uit de lucht kunnen krijgen. En in de gebouwde omgeving moet de nieuwe regering met een plan komen om bestaande woningen in Nederland van wijk tot wijk te aan te pakken. Massaal. Dat biedt kansen voor de werkgelegenheid en vooral: het is noodzakelijk.”

Wat kunnen consumenten zelf bijdragen?

“Ze kunnen in actie komen. Het is goed dat buurtgroepen zoals de buurtteams van Buurkracht zich inzetten voor energiebesparing in hun eigen buurt. Dat is bottom-up. Maar de burgers kunnen het niet alleen. We moeten het hebben van een combinatie van topdown en bottom-up. En dat vraagt om stimuleringsmaatregelen, subsidies, leningen, revolving funds en bijvoorbeeld ook een sterke inzet van woningcorporaties. Je komt er ook niet omheen om de aanpak van bestaande woningen deels te verplichten. Daarbij is het belangrijk om kennis op te bouwen van hoe dit het beste werkt: welke technologieën zet je in, hoe mobiliseer je mensen, hoe pak je het wijk voor wijk aan, wat zijn goede voorbeelden? Ook is het belangrijk om bewoners goed te informeren over de noodzaak van de maatregelen.”

Van welke technologische innovaties kunnen we de komende tijd veel verwachten?

“Aan de kant van de energievoorziening voorzie ik onder meer een opmars van aardwarmte en van warmte- en koudeopslag. Ik denk ook dat er meer warmtenetten komen. Maar voorlopig hebben we nog aardgas nodig om woningen te verwarmen, industrieen van energie te voorzien en elektriciteit te produceren. Dit moet dan wel zoveel mogelijk in combinatie met CO2-opslag offshore. Waterstof wordt, denk ik, naast elektriciteit als energiedrager steeds belangrijker. Die waterstof kunnen we uit aardgas halen maar ook uit duurzame biomassa. Op termijn kunnen we het produceren en opslaan met behulp van zonne- en windenergie. Wel is dit kostbaar. “

“Ook zullen we kijken naar: hoe halen we CO2 uit de atmosfeer?

Denk aan herbebossing, zoals het herstel van mangrovebossen. Maar er zijn ook heel interessante andere methodes in ontwikkeling. Zoals carbon farming, waarbij landbouwprocessen zo worden aangepast dat er koolstof in de bodem wordt opgenomen. Bijvoorbeeld met gebruik van biochar, een houtskoolachtige stof die de landbouwopbrengsten positief kan beïnvloeden én koolstof kan vastleggen in de grond. Ook het gesteente olivijn biedt mogelijkheden om CO2 uit de lucht te binden. Of direct air capture, waarbij CO2 rechtstreeks uit de lucht wordt gehaald om in te zetten in productieprocessen. Bijvoorbeeld om er duurzame materialen van te maken, zoals koolstofvezels voor de auto-industrie, voor bouwmaterialen of voor het maken van windturbines. In die richting zijn prachtige innovaties mogelijk.”

Hoe energiezuinig bent u zelf?

“Ik doe wat ik kan. Mijn huis in Amsterdam uit 1902 is zo geïsoleerd dat het energielabel A heeft. Een hele investering maar ik vond het belangrijk om te doen. Met mijn auto heeft mijn ijver minder gunstig uitgepakt: een diesel die op papier 1 op 29 rijdt. Dat leek mij fantastisch, zeker omdat ik verwachtte dat die diesel biodiesel zou worden. Maar helaas rijdt hij veel minder zuinig dan gehoopt, laat de biodiesel op zich wachten en bleek hij ook nog voorzien van sjoemelsoftware. Zo’n keuze maak ik niet nog eens.”

Javascript uitgeschakeld

Om Buurkracht.nl te bekijken moet JavaScript ingeschakeld zijn. Het lijkt er echter op dat JavaScript is uitgeschakeld of niet wordt ondersteund door je browser. Schakel je JavaScript in door je browseropties aan te passen en het opnieuw te proberen.

Hoe tevreden bent u met deze pagina?

Bedankt!

Uw feedback is met succes verstuurd.

Feedback?