Wijffels: “De échte vernieuwers zitten in de buurten”

24 september 2017

De bron waaruit je leeft, moet je in stand houden: dat duurzaamheidsdevies is Herman Wijffels, die opgroeide op een boerderij, met de paplepel ingegoten. Deze stelregel nam hij mee toen hij de Rabobank bestuurde, toen hij als voorzitter van de SER milieuorganisaties binnenhaalde en mvo-rapporten uitbracht, toen hij bewindvoerder was bij de Wereldbank en als hoogleraar duurzaamheid en maatschappelijke verandering van de Universiteit van Utrecht. Ook nu maakt hij zich sterk voor een duurzame wereld. Hoe ziet hij de toekomst?

Buurkracht hermanwijffels
Herman Wijffels: “De échte vernieuwers zitten in de buurten”

Wat voor veranderingen hebben we nodig?

“Lange tijd was de belangrijkste drijvende kracht in de samenleving: zorgen dat we het materieel beter krijgen. Dat stond gelijk aan beter leven. Maar dat is niet meer zo: als we op deze manier doorgaan en mens en planeet blijven exploiteren om kapitaal te maken, maken we de aarde kapot en ondergraven we onze eigen toekomst. We staan nu op een punt in de geschiedenis waarop we samen moeten leren leven op een manier die onze bronnen in stand houdt en versterkt. Dat is niet in de eerste plaats een technologische of economische opgave, maar een culturele. Het vraagt om een heroriëntatie, een nieuwe mindset waarin we ons richten op kwaliteit van leven, op waarde creëren zonder daarbij mensen uit te melken en de aarde zo veel mogelijk uit te wringen.”

Wat hoopt u van het nieuwe kabinet op het gebied van verduurzaming?

“Dat het een heldere koers uitzet voor de lange termijn. Een traject om ons land stevig te moderniseren – ecologisch én sociaal - en in te richten naar de maat van de 21e eeuw: zó gaan we de transitie maken naar een duurzame energiehuishouding en van een lineaire naar een circulaire economie. De kracht van burgers zou daarbij veel beter kunnen worden ingezet. Zeker nu allerlei ‘microtechnologieën’ hen in staat stellen zelf in actie te komen. Energie is daar een prachtig voorbeeld van: iedereen kan heel efficiënt op kleine schaal zelf energie produceren, bijvoorbeeld met zonnepanelen en warmtepompen. In die zin heeft technologie een democratiserend effect. Ik zou graag zien dat het kabinet die visie omarmt en zich daarin ondersteunend opstelt Maar mijn verwachtingen zijn met de huidige kabinetsformatie niet hoog gespannen.”

Komt het dan toch nog goed?

“Er zijn twee krachten waar ik wél hoge verwachtingen van heb. Ten eerste van ondernemers. Het bedrijfsleven is volop bezig de nieuwe koers vorm te geven. Er is een hele nieuwe generatie sociaal ondernemers opgestaan; daar zijn er honderden van, die primair een maatschappelijk doel nastreven. Visionaire mensen in grote bedrijven zijn er gelukkig ook. Ten tweede is daar de zelforganisatie van burgers. Die zijn beter opgeleid, hebben de beschikking over technologie en bundelen hun krachten. Los van de overheid en de markt. De nieuwe coöperatieve beweging is volop in opkomst. Die vind je in de zorg, het onderwijs, natuurbeheer, je ziet dorpscoöperaties die hun eigen supermarkt in stand houden. En in het hele land richten mensen energiecoöperaties op. Buurkracht is ook een goed voorbeeld. Van die bewegingen moeten we het hebben.”

Gaat het hard genoeg?

“Dat hangt af van hoe je ernaar kijkt. Als je het nieuws volgt en ziet wat er gebeurt met de toendra’s, in Houston, op Sint Maarten, dan weet je: het moet sneller. Aan de andere kant zijn we wereldwijd nog niet zo lang met verduurzaming bezig, eigenlijk pas sinds het begrip ‘sustainable development’ in 1987 werd gemunt in het rapport ‘Our Common Future’ van de VN-Commissie Brundtland. Dat is nog maar dertig jaar geleden. In die tijd is er heel veel gebeurd. Dat is reden om niet te wanhopen. Maar het is spannend: zijn we in staat om de steven te wenden? Ik vrees dat we het zonder grote rampen niet redden. Die gebeuren al. Toch ben ik per saldo optimistisch. Als je van een afstand naar de aarde kijkt, kun je er moeilijk omheen dat de mens in darwinistische zin een van de succesvolste soorten is: we hebben ons door de geschiedenis heen ontzettend goed aangepast aan onze omgeving. Ik denk dat we dat nu weer kunnen laten zien.”

Wat draagt u zelf bij?

“In de mate die mij gegeven is. Ik rijd een hybride auto, heb maatregelen genomen om mijn huis te isoleren, heb een eigen moestuin, probeer met het openbaar vervoer te reizen, compenseer mijn vliegreizen en eet overwegend vegetarisch. Daarnaast staan bijna al mijn maatschappelijke activiteiten in het teken van dit onderwerp: toen ik in 2008 uit Washington terug naar Nederland kwam, heb ik besloten de rest van mijn leven wijden aan het bevorderen van een duurzame toekomst.”

Welke boodschap heeft u voor deelnemers aan Buurkracht?

“Er wordt veel gesproken over duurzaam leiderschap. Maar voor mij zijn de mensen die dit soort initiatieven opzetten, de échte vernieuwers. Mensen die zonder bombarie en zonder dure cursussen beetpakken wat er moet gebeuren: daar wil ik ze graag een dikke pluim voor op hun hoed geven. De dynamiek die met die initiatieven ontstaat, dat is waar we behoefte aan hebben. En je krijgt nog meer mensen in je buurt beweging, als je de rust en de tijd neemt om ze mee te nemen en ze ook aanspreekt op de sociale kant. Samen kom je verder dan alleen. Dat geldt zeker ook in wijken waar mensen met elkaar elektriciteit produceren en energie besparen: zo kom je niet alleen samen verder, maar is wat je doet ook nog eens in ieders individuele belang.”  

Een bijeenkomst bij jou in de buurt?